Galilei beschreef een experimentele methode om de lichtsnelheid te meten
In 1638 beschreef Galilei een experimentele methode om de lichtsnelheid te meten door twee waarnemers, elk met lantaarns uitgerust met luiken, elkaars lantaarns op enige afstand te laten observeren. De eerste waarnemer opent het luik van zijn lantaarn, en de tweede opent, zodra hij het licht ziet, onmiddellijk het luik van zijn eigen lantaarn. De tijd tussen het openen van het luik door de eerste waarnemer en het zien van het licht van de lantaarn van de tweede waarnemer geeft de tijd aan die het licht nodig heeft om heen en weer te reizen tussen de twee waarnemers. Galilei rapporteerde dat toen hij dit probeerde op een afstand van minder dan een mijl, hij niet kon bepalen of het licht al dan niet onmiddellijk verscheen.
