Fulgencio Batista greep de macht op het eiland en riep zichzelf uit tot president
In maart 1952 greep de Cubaanse generaal en politicus Fulgencio Batista de macht op het eiland, riep zichzelf uit tot president en zette de in diskrediet geraakte president Carlos Prío Socarrás van de Partido Auténtico af. Batista annuleerde de geplande presidentsverkiezingen en omschreef zijn nieuwe systeem als "gedisciplineerde democratie". Hoewel Batista enige steun onder de bevolking genoot, zagen veel Cubanen het als de vestiging van een dictatuur door één man. Veel tegenstanders van het regime van Batista begonnen een gewapende opstand in een poging de regering af te zetten, wat de Cubaanse Revolutie ontketende.

